Blaricum blijve Blaricum…

Blaricum blijve Blaricum

Als jonge jongen had ik, net als vele andere Blaricummers, mijn fiets beplakt met wel 50 stickertjes: ‘Blaricum blijve Blaricum.’ Ons dorp dreigde toen opgeslokt te worden door het ‘gehate’ Laren waar ze ook al een klok meer hadden dan wij in onze kerk. U begrijpt: dat kon niet doorgaan! Laren was van oudsher een belangrijk kerkelijk centrum waar sinds oeroude tijden de Sint Jansprocessie werd gehouden. De route gaat vanuit de dorpskern naar het Sint Janskerkhof aan de weg naar Hilversum, waar de oudste Romaanse kerk van het Gooi gestaan had. Hilversum was een dorpje van niets, Laren was iets groter, Blaricum weer iets kleiner. Overal waren korenveldjes ‘door noeste vlijt aan de heide ontworsteld’ ,zoals de oude Stad en dorpsbeschrijver uit de 18e eeuw schrijft. Het Blaricumse oude kerkje lag aan de rand van het dorp. Tegenwoordig is het vrijwel nergens vandaan te zien omdat het nauwelijks boven de bomen uitkomt. In de Middeleeuwen ressorteerde het Gooi onder het gezag van de abdis van Elten. Ze zat een beetje klem tussen de heren van Amstelland en de bisschop van Utrecht. Al spoedig moest zij het gezag prijsgeven maar de Eltense patroon Vitus bleef ook de beschermheilige van Naarden, Hilversum, Bussum, Blaricum en Huizen. Het katholicisme was in het Gooi (misschien nog dankzij de abdis?) taaier dan elders.

In de boerderij

Blaricum verloor niet zijn oude geloof, wel zijn kerk. De weinige protestanten die er waren konden die kerk moeilijk onderhouden. Na een brand in 1696 werd ze provisorisch hersteld. De vele katholieken kerkten in omgebouwde boerderijen en eigenlijk beviel dat best. In de tijd van Lodewijk Napoleon kwam er wat onrust. Katholieken kregen op vele plaatsen (Obdam o.a) en Uitgeest de kans om de oude kerkjes weer terug te krijgen maar moesten er vaak veel voor betalen omdat de protestanten inmiddels geld aan de gebouwen hadden besteed. Zo ook in Blaricum. Merkwaardig genoeg hadden de katholieken nauwelijks interesse en kwamen bij een vergadering waarbij de vergoeding die de katholieken zouden moeten betalen niet eens opdagen. Alles bleef dus bij het oude. De verhoudingen tussen protestanten en katholieken hadden onder dit alles niet geleden want toen de katholieken rond 1830 op de plek van hun oude boerderijkerk een Waterstaats-kerkje mochten bouwen konden zij zolang het nodig was in de Protestantse kerk terecht. Een opmerkelijke oecumene lang voordat die bestond. Het Waterstaats- kerkje werd echter te krap. Men behielp zich ermee tot 1870 toen aan de grote architect Pierre Cuijpers werd gevraagd een nieuwe kerk te ontwerpen.

De huidige kerk

Hij maakte een eerste tekening in 1861 maar pas in 1871 werd de kerk gebouwd. Een kostelijk neogotisch kerkje was het resultaat. Een eenbeukig schip (iets smaller dan Cuijpers eerst bedoeld had) met een dwarspand en een koortje en een enorme slanke toren, liefst 52 meter hoog. De kerk werd toegewijd aan Sint Joseph, in die tijd overal populair. Niets ten nadele van Joseph: het was toch jammer dat men de oude patroon Vitus een beetje was vergeten. De dertiger jaren van de vorige eeuw waren voor beide Blaricumse kerken belangrijke jaren. Alle twee de kerken werden grondig gerestaureerd. De oude dorpskerk werd door de architecten Rueten en van der Kloot Meijburg weer van een heuse koorpartij voorzien en de katholieke kerk kreeg een reusachtig breed schip ontworpen door architect Hardeman. De inspirator van dit alles was de toenmalige pastoor Jongerius, een ware zeloot. Hij bracht om te beginnen de aspergeteelt waarmee hij in het verarmde Drente begonnen was, over naar Blaricum. In Drente had hij daar mensen nieuwe levenskansen mee gegeven: de Blaricummers zagen het niet zo zitten. Wat ze wel zagen zitten was de aanpassing van hun kerk aan een verzorgde liturgie. Het oude slanke schip voldeed immers niet meer. Het oude priesterkoor en de transeptjes leunden er wat zielig tegenaan. Voor de toren was het het ergst want die kwam, vooral vanuit de polder gezien, nauwelijks boven het schip uit. Gelukkig dat Cuypers er zo’n lange kerstboompiekachtige spits op had gezet!

Blaricum was wakker. Zo ook Hendrik Puyk die, terwijl hij aan het ploegen was op het land bij Huizen, daar een oude begin 15e eeuwse piëta (een beeld van Maria met het ontzielde lichaam van haar zoon op schoot) vond. Het beeld werd in zijn kruiwagentje gezet en naar huis gebracht. Tot de pastoor hem overhaalde het aan de kerk te schenken. Het werd gerestaureerd en op een ereplaats voorin de kerk geplaatst. Bij de Hervormde buren was bij de restauratie van hun kerk, een oude altaarsteen gevonden die tot die tijd als drempel werd gebruikt. Die werd aan de katholieken teruggegeven en daarop werd het oude Mariabeeld neergezet.

Nieuwe tijden

De kerk van Blaricum was na de verbouwing inmiddels weer aan St. Vitus gewijd, geheel volgens de oude Gooise traditie. Een keurig uitgedoste schola cantorum verzorgde de Gregoriaanse zang bij de Hoogmissen en begeleidde alle Blaricummers: burgemeesters en zwervers, altijd met evenveel aandacht naar het kerkhof. De nieuwere tijd brak aan. De grote weg van het kruispunt bij de Witte Bergen naar de nieuwe polder bracht de kerk plotseling in het volle zicht van vele passanten.

De laatste jaren heeft Blaricum geen eigen pastoor meer. Maar men gaat wakker verder zoals op zovele plaatsen. Het brede kerkschip dat 70 jaar geleden is opgetrokken voldoet nog wel maar is te donker. Pastoor Jongerius, bang dat het zicht op het altaar nog niet goed genoeg was, had alle vijf oude ramen van het koor laten sluiten. De middelste drie alleen door middel van dunne eensteens muurtjes aan de binnenkant. De dorpsjeugd zag zijn kans en in menig Blaricums huis zijn nog stukjes van de oude ramen te vinden met daarop de geheimen van de Rozenkrans verbeeld. Ze zijn niet meer te herstellen. In de zijramen waren wijnranken afgebeeld, een prachtig bijbels motief. In de middenramen zullen die de Rozenkransgeheimen gaan vervangen. Blaricum heeft bij de kerkrestauratie van 2004 weer een helder verlichte kerk gekregen met mooi zicht op de gewelfschilderingen uit het atelier van Cuijpers.

Maria’s smart

Het beeld van Maria met haar gestorven zoon op schoot ontroert nog steeds veel mensen. Deskundigen van het Catharijneconvent waarderen het hoog: samen met de Piëta’s van Hamersveld (veel kleiner), Eemnes (veel minder oud) en Hoorn. Allemaal voorstellingen van de treurende Maria met haar dode zoon op schoot. In Amsterdam zagen wij een moderne vertaling van hetzelfde gegeven van Mari Andriessen, die ook het stoere beeld van dokwerker aan het Jonas Daniël Meijerplein ontwierp. De tekst die alle beelden lijken uit te beelden staat er in Amsterdam bij vermeld en is genomen uit de klaagzangen van Jeremia (1,12): ‘is er een smart even groot als mijn smart.’ De profeet treurt over de verwoesting van Jeruzalem en de bezoekers voelen zich bij het lezen van zijn klacht in hun zorgen serieus genomen. De Maria van Blaricum treurt in onze tijd om alle zinloze leed dat mensen elkaar aandoen. Jarenlang stond de Pieta op een oude altaarsteen die bij de restauratie van de oude Hervormde Kerk ontdekt was. Nu is die steen bij de herinwijding van de kerk na een grote restauratie van 2004 weer in het altaar zelf opgenomen.

2 gedachtes over “Blaricum blijve Blaricum…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *