De mooie plek met de goede koning

Aan de Dordogne

Aan de Dordogne, ten zuiden van Brive la Gaillarde (de stad die in de tweede wereldoorlog zichzelf heeft bevrijd) ligt het stadje Beaulieu. In 855 was de aartsbisschop van Bourges, Raoul, hier eens langs gekomen en vond het een aardig plekje. Vanaf toen heette het: Beau-lieu (mooie plaats). Hij besloot daar een abdij te stichten. En daar kwamen ze: eerst de Benedictijnen van Solignac (bij Limoges) en later (vanaf 1095) de Benedictijnen van Cluny. Zij bouwden de kerk, die er nu nog staat. De godsdienstoorlogen van de veertiende eeuw gingen over de stad en de abdij kwijnde weg. In 1663 kwamen de Benedictijnen van St.Maur de zaak overnemen. Zij bleven tot aan de revolutie.

Parochiekerk

In 1802 gingen gewone parochianen de kerk gebruiken. Er mag wel eens een eresaluut gebracht worden aan al die gewone parochianen in Frankrijk, die tegenwoordig honderden oude abdijkerken gebruiken en onderhouden. Niets ten nadele overigens van de kloosterlingen die we op vele plaatsen in Frankrijk nog aantreffen! We rijden het stadje binnen. Waar is die kerk nu? Zij heeft zich een beetje verstopt achter de hoofdstraat. De westgevel waar je de hoofdingang zou verwachten is helemaal ingebouwd tussen schilderachtige huisjes.

De hoofdingang

De hoofdingang ligt dwars aan de zuidkant. Boven de deur een indrukwekkend gebeeldhouwde voorstelling… op het eerste gezicht het laatste oordeel. Maar vergis je niet: het is een ‘Christ en gloire’, ‘Christus in glorie.’ Dat die aan de zuidzijde is afgebeeld is geen toeval. De zonnigste kant van de kerk toont ons een zonnige Christus. Geen strenge rechter maar een tevreden koning. Abraham kijkt van links opzij verbaasd toe en lijkt te zeggen: ‘dat ik dit allemaal nog mag meemaken.’ Aan de andere kant zitten enkele geleerden te discussiëren, hoe het mogelijk is dat een mens zo door de kruisdood heen tot in de heerlijkheid is gekomen. Een rijtje lager, helemaal onderaan, zitten de ‘verdoemden’. Ze zitten daar niet omdat ze door Jesus naar die diepte zijn verwezen, maar omdat ze niet mee gedaan hebben met de geschiedenis van Gods Koninkrijk en dus zo zelf voor deze ongemakkelijke situatie hebben gekozen. Naar Jesus (de ‘Christus in de gloria’) terug: met zijn rechterarm duwt Hij het kruis naar achteren als wilde Hij zeggen: ‘dat hebben we gehad.’ Engelen spelen op hun bazuinen. De bazuinen zijn reusachtig! Het kan niet luid genoeg klinken, de paasboodschap: de dood is overwonnen! Een oude grijsaard is uitgebeeld in de steunkolom onder dit alles: Jesaja. Het evangelie steunt op de verkondiging van de profeten. Aan de zijvlakken naast de deuren worden Jesus’ beproevingen afgebeeld. Hij heeft dat allemaal doorstaan. En de mens die Hem volgen wil kan dat ook. Beaulieu is een mooie plaats omdat een mooie Christus ons aankijkt. Er is toekomst, er is hoop.

Kom mij troosten

De twaalfde eeuw is de tijd van de hymne ‘Jesu dulcis memoria’ en het ‘Veni Sancte Spiritus”: ‘kom mij troosten Heilige Geest’ en ‘aan Jesus denken maakt ons blij’ (wat vrij vertaald). de twaalfde eeuw is de bloeitijd van het gregoriaans. En deze muzikale klanken heten al even vrolijk: jubili pneumatica sequentiae. Het ‘Dies Irae’ (over de toorn van God) is nog niet geschreven. De aanwezigheid van God wordt als warm en troostend ervaren in de twaalfde eeuw en wordt zichtbaar in een harmonieuze kleuren- en klankenweelde. Beaulieu toont ons een goede koning. Hem volgen is de weg naar het leven met God voor altijd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.