De profeten in de paterskerk

Het vrome Haarlem

Het begon allemaal met een vrome Haarlemmer die ter Kruisvaart was gegaan naar het Heilige Land. Wel te onderscheiden van de andere Haarlemmer die van de kanonnen van de stad Damiate die de kruisvaarders hadden veroverd de klokken liet gieten die tot op de dag van heden ’s avonds tussen 21.00 uur en 21.30 hun pingeltjes laten horen. Godfried Bomans vermeldt sarcastisch ‘De ene zegt ping en de andere pang.. maar de Haarlemmers kunnen er geen genoeg van krijgen.’ De vrome Haarlemmer van het begin had, naar het schijnt, een flink stuk grond aan de zuidrand van de stad dat al gauw ‘het Heiligland’ werd genoemd. Later ook nog het ‘Groot Heiligland.’ Het stadsbestuur stelde later op verzoek van de Haarlemmers dat stuk land ter beschikking van de minderbroeders-Franciscanen die daar vanaf 1456 een klooster bouwden met een grote kerk met een ferme toren. Ze mochten hout om te bouwen en te stoken halen uit de Haarlemmer Hout mits ze op de feestdag van Bavo (iedereen weet dat dat 1 oktober is) de houtvester een flinke fooi gaven.

Het onrustige Haarlem

Ja, het  is mogelijk: onrust in Haarlem. De reformatie bracht die in de 16e eeuw. Vanuit Rome probeerde men de onrust te bezweren door Haarlem bisschopsstad te maken. Nicolaas van Nieuwland (zal ik maar niet vertellen dat hij als bijnaam: ‘dronken Klaasje had?’) was de eerste bisschop vanaf 1559. In 1572 belegerden de Spanjaarden Haarlem. Haarlem bleef rooms. De ‘staatsen’ lieten deze belangrijke stad echter niet ongemoeid en op Sacramentsdag, 29 mei  1578 vielen soldaten de oude Bavo binnen waarvan uit net een grote (wel een beetje als een demonstratie van Haarlemse roomsheid bedoelde) processie zou uittrekken. Eén priester liet het leven, de koorzangertjes vluchtten angstig weg en Haarlem ging officieel over op de nieuwe leer. Een kruisbeeld (uit 1511) werd gered en hangt in de Groenmarktpastorie.

 

De paters weggejaagd

Jan Matthysz, broeder-kleermaker van het klooster vertelt nauwkeurig hoe de staatse soldaten ook het klooster aan het Groot Heiligland binnenvielen. De beelden van Franciscus en Barbara moesten het ontgelden en een schilderij van de kruisafname van Jesus werd in flarden gescheurd net als het schilderstuk over Franciscus die de stigmata ontving. Jan Matthijs ging naar Keulen, vele paters vluchtten naar Brabant. Het klooster dat Golgotha heette werd Elizabethsgasthuis. De poort is er nog aan de Kleine Houtstraat 100.

Het oude geloof bewaard

Bisschop van Nieuwland was inmiddels opgevolgd door de serieuzere Godfried van Mierlo. Hij ontsnapte op de rampzalige Sacramentsdag van 1578 door zich als veedrijver te vermommen. Hij stierf in 1587 in Deventer aan de pest. Een grote groep Haarlemmers bleven het oude geloof trouw. De Begijntjes waren de enige die officieel mochten blijven maar konden natuurlijk de hele zielzorg niet aan. Die werd verricht door ondergronds werkende priesters waaronder vele Minderbroeders. Met ere moet Nicolaas Wiggers Cousebant genoemd worden die opgevolgd werd door de actieve pater Arnold de Wit die zich in 1614 blijvend in Haarlem vestigde in de Damsteeg, naast het klokhuis. Zo nu en dan werd het hem lastig gemaakt en moest hij over een schutting springen om te ontsnappen maar hij kwam steeds weer terug. De Haarlemse klopjes bezochten de mensen die de oude leer trouw waren gebleven en hielden zo het roomse netwerk bijeen. Pater de Wit sprak over 60 geestelijke maagden en 1200 communicanten en over een zeer actieve pastorale periode: het bijstaan van de slachtoffers van de pest in 1637.

 

Nieuw élan

Het is moeilijk na te gaan waar men toen precies kerkte. Duidelijkheid komt er over de Helmbrekerssteeg waar men, na een steile trap beklommen te hebben, in huize ‘de vier heemskinderen’ bij de Franciscanen kerkte. Haarlem kreeg ook andere schuilkerkjes: meer dan tien die niet meer verborgen konden blijven. Een lang verhaal kort makend: Petrus Nicolaas Preyer werd de bouwheer van de glorieuze Antoniuskerk die tot op de huidige dag aan de Nieuwe Groenmarkt prijkt. Merkwaardig genoeg bleek de grond die men voor de bouw daar verworven had  vrome grond te zijn: het Catharinaklooster van de Tertiarissen van St. Franciscus had daar gestaan. De Belgische architect Suys, architect van de ronde Lutherse kerk in Amsterdam en de Mozes aan het Waterlooplein, werd aangeworven. Er ontstond een echte feestzaal voor de liturgie. Als patroon van de kerk koos men niet voor Franciscus (men vond die wat streng) maar voor Antonius,  de vriend van het gewone volk. Vanaf 1842 kerkte men in deze nieuwe kerk. Een grote, bijna vierkante ruimte. Vanaf de galerijen hangen de heiligen acrobatisch bijna boven de verzamelde gemeente. De heiligen van de onderste galerij zijn afkomstig van de vm. kerk aan het Rusland in Amsterdam. Vanaf een enorm altaarretabel kijkt God de Vader sinds 1854 (men aarzelde niet hem als een gezellige langgebaarde man af te beelden) vredig toe naar alles wat er beneden gebeurde. Rond de preekstoel zat de gemeenschap te luisteren naar de preekwonders van die dagen. Borromaeus de Greeve sprak er regelmatig eerbiedig aangestaard door de jonge Bomans.

Nieuwe tijden

De kerk die op de grond van de Tertiarissen (een lekenbeweging!) gebouwd werd is uitgegroeid tot een kerk ‘van en voor mensen’. In de 60-er jaren werd de kerk een soort proefplaats van liturgische vernieuwing. Bisschop Zwartkruis zag dit met welgevallen aan. De kerkgemeenschap zou steeds meer uitgroeien tot een gemeenschap van parochianen die hun verantwoordelijkheid nemen. De paters verlieten de kerk op Pinksteren 1984. De parochie draaide door later zelfs helemaal zonder vaste priester. De KRO gaf de parochie enkele jaren terug een eervolle vermelding bij de verkiezing van ‘parochie van het jaar.’ Een levendige oecumene bloeit er en enkele jaren terug zong het Groenmarktkoor zelfs in de plaatselijke moskee. Vertegenwoordigers van de Islamitische gemeenschap namen deel aan een kerstdienst op 2e Kerstdag 2014. Per 1 januari 2015 is de Antoniusparochie gefuseerd met de Bavoparochie. De parochie heet: Parochie van de H.H. Antonius (Antonius eerst!) en Bavo.

De profeten

De preekstoel waar Borromeus de Greeve nog vanuit preekte wordt al lang niet meer gebruikt. Boven is Jesus’ verkondiging van de Bergrede afgebeeld, beneden tussen de mensen staan de grote profeten: Jesaja, Jeremia, Daniël en Ezechiël. Ze staan wat in de verdrukking tussen de kerkbanken (kunnen ze niet wat meer ruimte krijgen?) maar hun boodschap wordt verstaan tot op de huidige dag. In samenwerking met het oecumenische project ‘Stem in de Stad’ en andere parochies in de regio worden tal van activiteiten georganiseerd. Onlangs is nog onder het gebouw van ‘Stem in de Stad’ (de buren) een oude crypte teruggevonden (de Kathrijnkapel) van de Middeleeuwse Tertiarissen van Franciscus. Daar wordt nu weer gebeden. De oude profeten kunnen tevreden zijn: de kerk waar zij in staan staat voor een nieuw profetisch verstaan van de blijde boodschap waarbij recht gedaan wordt aan de rechtelozen, waar ruimte is voor de vreemdeling en waar gebouwd wordt aan een nieuwe aarde.

Gebruik is o.a. gemaakt van het boek ‘Honderdvijftig jaar Groenmarktkerk te Haarlem van Wim Helversteijn, uitgave de Vrieseborch Haarlem.

Een gedachte over “De profeten in de paterskerk

  1. In de vijftiger jaren ging ik wel eens mee met mijn vader naar die aparte witte kerk aan de Groenmarkt, terwijl onze parochie was van het Heilig Hart aan de Kleverparkweg. Ik was toen een jaar of 10. Nu gaan mijn vrouw en ik ook naar verschillende geloofsovertuigingen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.