Het stadje Dieulefit: vroege oecumene tussen de bergen

De oude geschiedenis

Het Gallische volk van de Voconces leefde meest in de bergen. Even verder in de vlakte leefden de Tricastini. De naam van het stadje St. Paul Trois Châteaux, waar we eerder waren, is van die naam afgeleid. De woeste bergbewoners ressorteerden na hun christianisering onder het bisdom Die (ook daar waren we eerder op bezoek!). Vanaf de 5e eeuw heette de bisschop daar ‘heer van de Voconces’. De bewoners beneden keken uit op de Alpen in het westen en de Mont Ventoux in het zuiden. De mensen in de vallei van het hoger gelegen Dieulefit zagen (tenzij zij de omliggende tamelijk hoge heuvels beklommen) helemaal niets. Men zegt dat er zich daardoor een heel ‘eigen-aardig’ soort mensen ontwikkelde. Al in de Romeinse tijd werden er in deze streken potten gebakken; rond 1980 werden in Pègues oude amphora’s (14) uit die tijd gevonden. Onder de kerk van Notre Dame de la Calle (bij het huidige kerkhof) werden thermische baden ontdekt.

De vrome geschiedenis

Onder de Karolingers viel het huidige Dieulefit onder de heerschappij van de abdij van Saint Pierre et Saint Paul van het iets noordelijker gelegen Comps die in het begin van de 11e eeuw gesticht was. Van de midden 12e eeuw gebouwde kerk staat nu nog een indrukwekkende torso hoog in de bergen. De huidige, eerder genoemde, N. D. de la Calle werd in diezelfde tijd gebouwd als dependance van die priorij. In de 13e eeuw kwam die, losser van Comps, in de invloedssfeer van de Commanderij van het nabijgelegen Le Poët-Laval. Mensen die dat niet geweldig vonden kregen te horen “God deed dat”. Men zegt dat hier de naam ‘Dieu le fit’ vandaan komt.

Activiteiten in het dorp

In de 14e eeuw werd er tijdens een pestepidemie in het centrum van het dorp aan de Romeinse straat (de ‘Viale’ die het hele dorp doorloopt) een kapel gebouwd die aan St. Roch (beschermer tegen de pest) gewijd werd. Dat is nu de St. Pierre-kapel. Naburige landheren bemoeiden zich ook met Dieulefit, met name met de verkooprechten van de kaas, maar lieten het meest ongemoeid. Naast de pottenbakkerij (al in de Romeinse tijd ontwikkeld) begon zich ook een wolindustrie te ontwikkelen. Pas onder Louis Philippe (de ‘burgerkoning’ uit de eerste helft van de 19e eeuw) werd de langwerpige, uit Romeinse tijden stammende dorpsstraat, doorgetrokken en aangesloten op de bergroutes aan de andere kant. Er werden parken aangelegd en het dorp werd aantrekkelijk voor kunstenaars (wij kennen natuurlijk Gerard Reve die hier lange tijd woonde). Ernest Chalamel was een bekende dichter in Frankrijk zelf.

Een protestantse ‘Bible Belt’ in Frankrijk 

Het protestantisme had zich in deze streken op een heel eigen wijze ontwikkeld. Er was van Genève via Grenoble tot hier toe een soort ‘Bible Belt’. In 1551 werden de beelden uit de benedenkerk van N.D. de la Calle in Dieulefit vernield en werd die tot ‘temple’ (zoals een protestantse kerk in Frankrijk heet) ingericht. Later bleek het handiger om binnensteeds een protestants heiligdom in te richten. Zo geschiedde. Overigens was hier geen sprake van een erg strak protestantisme, maar van een evangelisch geïnspireerd geloof. Door de willekeur van de landheren echter werd de geschiedenis van het protestantisme in Frankrijk, veel meer dan in Nederland, een lange geschiedenis van bloed en tranen. Parijs kende de beruchte Bartholomeüsnacht (24 augustus 1572) waarin zo’n 20.000 protestantse slachtoffers vielen. Met het Edict van Nantes (in 1598) kwam er wat rust. In Dieulefit bloeide daarna een ware oecumene op. Katholieken in de omgeving kregen hun oude kerken weer terug en in Dieulefit kerkten ze weer in de huidige St. Pierre en in de N.D. de la Calle bij het kerkhof.

Tolerantie 

Inmiddels had de fijn-katholieke Zonnekoning Lodewijk XIV gewetensproblemen gekregen. Opgejut door zijn biechtvader Francois d’Aix de La Chaise zegde hij in 1685 het Edict van Nantes op. In zijn Edict van Fontainebleau werd het Protestantisme illegaal verklaard. Op 18 oktober 1686 werden ruim 400.000 Hugenoten gedwongen Frankrijk te verlaten. In Dieulefit kwam een wat rustiger katholieke reactie. Midden in het dorp aan het plein werd een grotere St. Roch-kerk gebouwd om protestanten die weer katholiek wilden worden te ontvangen. Dat lukte niet erg, waardoor deze kerk wat aan de grote kant bleek. Katholieken en protestanten hadden gelukkig inmiddels een aardig soort tolerantie opgebouwd en daar had iedereen voordeel van.

In deze betrekkelijk veilige stad voelden joden zich ook thuis. Dat zou tijdens de Tweede Wereldoorlog in herinnering worden geroepen bij de huisvesting van bijna 1000 vluchtelingen, in overgrote meerderheid joden. In grote eendracht werkten katholieken en protestanten (de meerderheid toen) samen om hun gastvrijheid te bieden. In het Musée du Protestantisme in het iets westelijker gelegen Poët Laval wordt men daarover geïnformeerd. Het is de moeite waard dit eens te bezoeken. Belangrijker is dat de geschiedenis van Dieulefit ons heel wat handvaten biedt om in onze tijd ook waardevolle burgers te zijn.

Over de Parijse Bartholomeüsnacht (ook wel bloedbruiloft genoemd) is een magnifieke film gemaakt: “La Reine Margot”(1994) door Chéreau met o.m. Isabelle Adjani.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.