Nieuwe schoonheid: Bijbelse ‘Oplading’ van de Haarlemse Kathedraal

Kapelaan M.A. Thomson schreef in het Tijdschrift St. Bavo 3e jaargang 1900 blz. 106: ‘Gelijk Cherubijnen-vleugelen boven het verzoendeksel der Oudtestamentische ark, zoo spreiden zich de heilige gewelven en de hoog opschietende bogen over de altaren der Nieuwe Wet, waar Gods Zoon, de eeuwige Liefde, troont, het hemels manna uitreikend in de woestijn van dit leven.’ Wat de ramen betreft gaat hij jubelend verder: ‘Eene schoone eenheid van gedachte en voorstelling treft ons, wanneer wij de koorlucida afzonderlijk beschouwen en doordringen in haar rijke symboliek.’ Wij zouden tegenwoordig andere woorden gebruiken, maar zijn ook bezig met hetzelfde: nadenken over de symboliek zoals die in onze kathedraal bedacht is en hoe die van betekenis kan zijn voor deze tijd.

Cuypers’ ideeën over het licht

De architect Cuypers jr. (Jos, zoon van Pierre) was vol van gedachten over de symboliek van ‘zijn’ kathedraal. Uiterst belangrijk waren zijn gedachten over de lichtinval in de kerk. Het licht zelf is goddelijk (Genesis 1,3: ‘en God zei, er zij licht!’). In de ramen van het hoogkoor die Cuypers zelf ontwierp en die ook door hem gerealiseerd zijn ontdekt men een subtiele behandeling van het licht. In de later aangebrachte transeptramen (die van Bijvoet) ziet men een andere opvatting: de nadruk ligt daar op de voorstellingen zelf, zonder dat het licht als zodanig heilig werd geacht. Cuypers schrok dan ook vreselijk toen die ramen werden aangebracht. Nu zijn we er tevreden mee omdat ze een eigen kwaliteit hebben.

Ook glas in lood-ramen in het schip

Het hoogkoor heeft, als gezegd, hoge ramen van Cuypers die zeer veel licht doorlaten. De engelen en aartsengelen zijn op subtiele wijze getekend, waardoor de voorstellingen zelf ondergeschikt zijn aan hun eigenlijk taak: lichtdoorlaters te zijn. Het transept kent ramen van Bijvoet die – als gezegd – nauwelijks licht doorlaten, maar in felle kleuren de gelovigen herinneren aan het belang van Christus als koning van het heelal (met een donkere gouden achtergrond aan de zuidzijde) en zijn lieve Moeder (met een fel blauwe achtergrond aan de noordkant). Aan de vulling van de ramen van het schip (samen het grootst in aantal) kwam men niet meer toe. Bij de restauratie van de Sint Bavo die al zo’n tiental jaren geleden begon deed zich de gelegenheid voor tegemoet te komen aan de oude wensen van Cuypers om ook de ramen van het schip van glas in loodramen te voorzien. Maar hoe?

Een getuigenis voor deze tijd

Gekozen werd om, geheel in Cuypers’ geest, de ramen vooral te zien als doorlaters van licht en ze als het kan een boodschap te laten dragen die ook voor deze tijd betekenis heeft. Welke glazenier zou in staat zijn in die geest de glas in lood-ramen in het schip te maken? De keuze viel al gauw op Jan Dibbets, beroemd door zijn serie ramen in de kathedraal van Blois (Frankrijk), die met recht een tovenaar met het licht mag worden genoemd. Het programma dat de opdrachtgever van de restauratie hem meegaf verwerkte hij meesterlijk. Aan de noordkant waar het zonlicht niet binnendringt staat de tekst te lezen (in Hebreeuwse letters): ‘God sprak: “er zij licht” (getranscribeerd: wajomer Elohiem jehi ohr)’. In 1942 zijn aan de noordkant van de kerk waar deze ramen op uitzien 600 Haarlemse joden bijeenbracht om te worden gedeporteerd. Door de verwijzing naar de goddelijke wens om het licht te laten winnen van het duister wordt tegen deze afschuwelijke daad van toen geprotesteerd. Aan de zuidkant treft men een Aramese tekst aan: ‘Maranatha’. Dat is het laatste woord van de Bijbel (Apokalyps) en betekent: ‘kom (Heer Jesus) kom’ (Openb.22.20). Daarmee wordt ons innige verlangen in onze tijd verwoord naar een wereld waarin God alles in allen zal zijn. Door deze citaten zijn de eerste en de laatste woorden van de Heilige Schrift met elkaar verbonden. Verder zijn de ramen gevuld met letters en symbolen. Geen ‘plaatjes’, maar verwijzingen naar de waarde van Schrift en Traditie voor deze tijd.

Andere verrijkingen

De oude doopkapel aan de westhoek van het zuidelijke transept is vrij klein. Makkelijk toegankelijk vanuit de sacristie zonder dat men de kerk (die in de winter flink koud kan zijn!) in hoefde. Men doopte toen nog op de dag van de geboorte zelf. Toen het doopvont later naar de kerk zelf verhuisde werd de doopkapel een rommelhok. Bij de restauratie besloten de ‘Vrienden van de Nieuwe Bavo’ de doopkapel te adopteren en Marc Mulders werd aangezocht die te verfraaien. Een raam met Arabische motieven markeert de overgang tussen kerk en kapel. Binnen in de bogen glasreliëfs waarop de vier paradijsstromen (zie Genesis 2, 10-14) zijn afgebeeld. Dieren symboliseren de deugden die de dopeling zal gaan voorleven. De Christus als Ichthus (grote vis) bekroont het geheel.

Rest nog de Bijbelse ‘Oplading’ te melden van Exodus 3, het verhaal van het brandende braambos. Het was altijd al het plan die voorstelling aan te brengen op de muur boven de Sacramentskapel. Toen zich milde gevers meldden werd Gijs Frieling aangezocht om een ontwerp te maken. Hij vulde het gehele lange vlak door links de kernboodschap te melden: IK ZAL ER ZIJN! Geen afstandelijke verre God dus, maar een die zich in solidariteit met de mensen manifesteert en oproept tot actieve deelname aan zijn bevrijdingsprogramma van zijn slavenvolk en het hele mensdom.

De kudde die Mozes leidt bestaat hier niet uit schapen maar uit geiten. Geiten zijn minder volgzaam en eigenwijzer. De kunstenaar vond dat een betere verbeelding van de moderne mens die op zijn eigen wijze, soms heel eigenwijs, op zoek is naar God. Men ziet sommige geiten die Mozes volgen, andere klimmen eigenwijs omhoog op zoek naar eigen geloofservaringen. Nog andere lopen de verkeerde kant op en eentje (uiterst rechts) valt in een afgrond en kiest zo voor het donker. Mozes zou eerst afgebeeld worden als een Etruskische herdersjongen (zoals in Ravenna ook gedaan is), maar werd nu afgebeeld als een moderne jongeman met gympen en een ‘mans-bun’ (een haarknotje voor mannen). In de Schrift wordt gezegd dat Mozes 80 jaar was toen hij zijn tocht met het volk begon, maar dat is een meer symbolische aanduiding van zijn rijpheid.

Door al deze verwijzingen van Genesis 1, 2, Exodus 3 en Openbaringen 22 is de Bavo bij gelegenheid van haar restauratie niet alleen ‘opgeknapt’, maar ook ‘Bijbels opgeladen’. Naast de duistere herinnering aan de oorlogstijd in het noordelijke raam wordt toch vooral het uitzicht geopend naar een wereld waarin mensen niet meer in gammele bootjes hoeven te vluchten en overal het onrecht heerst: er is zicht op een nieuwe wereld waarin een betere toekomst wordt opgebouwd voor ons en onze kinderen.

Mooie afbeeldingen vindt u in het boek ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’ van Bernadette van Hellenberg Hubar; WBooks Zwolle 2016 blz. 222-227 (doopkapel), blz. 277-285 (Dibbets-ramen) en blz. 164-169 (Het Brandende Braambos).

Bovenstaand artikel vult eerdere artikelen aan. De twee artikelen: ‘Verbijsterende actueel; Ontdekkingen bij de restauratie van de kathedraal I en II’ (Samen Kerk maart en april 2013) en ‘Komt de Bavo ooit af’ (Samen Kerk november 2013).

Een gedachte over “Nieuwe schoonheid: Bijbelse ‘Oplading’ van de Haarlemse Kathedraal

  1. Buitengewoon verlicht idee om een hebreeuwse tekst aan te brengen in een katholieke kerk, om de joodse wortels nog eens duidelijk te tonen. Het gaat toch vooral in religies om de symbolische waarde, dat ieder mens maar verlicht moge worden. Met dank aan plebaan Van Ogtrop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *