Paradijsstromen in de Drome

Aan de bovenloop van de Drome

De Drome is een onaanzienlijk riviertje dat zijn naam mee heeft en zijn bedding! Hij mondt uit in de brede Rhone even boven Montélimar. Stroomopwaarts gaande kom je langs het stadje Crest met een raadselachtige hoge middeleeuwse donjon die op een moderne graansilo lijkt. Nog meer stroomopwaarts ligt het lieflijke Saillans. De bergen waar het riviertje tussendoor gaat worden dreigender en dreigender en in de bovenloop van de Drome even voor de fascinerende rotspartijen van les Claps (restant van een aardbeving in 1442) ligt het oude bisschopsstadje Die, compleet geïsoleerd van de vroegere grote beschaafde wereld.

Een kathedraal en een bisschoppelijke kapel

Over een oude brug komt men het stadje binnenrijden. Een Romeinse poort verwijst naar de respectabele ouderdom van deze stad. Trouwens in 325 was de bisschop van Die al aanwezig op het concilie van Nicea. De huidige kathedraal is een wat warrig bouwwerk met een oude torenpartij met daaronder zeer eerbiedwaardige, helaas zwaar beschadigde portalen. Bovenop de toren een soort vogelkooi met een klokje erin. Geen gezicht! Interessanter dan de kathedraal is de 100 meter zuidelijker gelegen kapel van het bisschoppelijk paleis. Hij is ingebouwd in het voormalige stadhuis van de stad. Een hybridisch bouwwerk dat over de Romeinse stadswal geklemd zit. Aan de buitenkant is niet te zien wat een kostbare schat dit pand herbergt.

Een verborgen schat

Het stadsarchief van Die was gevestigd in die kapel, een eigenaardige vierkante ruimte. De oude vloer waarop de archiefkasten stonden was met tapijten bedekt, de wanden fraai barok behangen. Toen het hele zaakje moest verhuizen naar het nieuwe stadhuis ontdekte men een mysterieuze mozaïekvloer. Lange tijd werd gezegd dat het een om een Mappa Mundi ging, een kaart van de wereld. In de 12e eeuw had men echter nog geen droge aardrijkskundige interesses in waar wat precies lag, maar ging het meer om wat er op onze aarde gebeurde. Daarom spreekt men tegenwoordig liever over een Imago Mundi (een voorstelling van hoe de wereld is) te gaan: een voorstelling van hoe deze wereld in elkaar zit en vooral van wat er op deze wereld gaande is. In het midden van de vloer ziet men een kruisvormige uit driehoeken samengestelde ster. Men zegt wel dat daar de poolster mee bedoeld is maar volgens mij staat hij voor de Eeuwige als middelpunt van heelal en tijd. Opvallend is de gelijkenis met de binnenkant van de stervormige koepeltjes in de Christo de la Luz (vm. Bab el Mardón Moskee) in Toledo uit 999.

Tijd en ruimte

De middenster wordt omring door cirkels met twaalf uitsteeksels. In dit midden gedeelte van deze Imago Mundi wordt gedoeld op de twaalf maanden. De Eeuwige is de Heer van de tijd. In de tijd heeft Hij het spoor van Zijn geschiedenis getrokken met de twaalf stammen Israëls en de twaalf apostelen. Na de tijd komt als wij vanuit het midden naar buiten gaan, de ruimte in zicht, de aarde die vol is van Gods heerlijkheid. De moderne kijker vraagt zich af wat de vreemde wezens rondom de binnencirkels voorstellen. Het zijn personificaties van de vier paradijsstromen: de Gikon, de Pisjon, de Eufraat en de Tigris. De Paradijsstromen monden uit in de grote wereldoceaan die in Die in de rand van het mozaïek is afgebeeld.

Natuur en mens

Tussen de stromen allerlei voorstellingen. Mythologie en Bijbel worden met elkaar verbonden. Dat is te zien aan de manieren waarop de rivieren werden afgebeeld (als een soort watergoden) en er ook ergens zonder gêne een waternimf rondzwemt. De wateren worden bevolkt door watervogels, vissen, schaaldieren en een kreeft met grote scharen. Er is ook een vogel met een twijgje in zijn bek die verwijst naar de bewoonbaarheid van de aarde na de zondvloed en in de droge zone zit een kokette gekleurde vogel alleen maar mooi te zijn. Een schaar en een sleutel symboliseren menselijke activiteit op aarde.

Wat stijl betreft is het mozaïek van Die een unicum ook al zijn er in de buurt andere 12e eeuwse mozaïeken (in Cruas en Ganagobie bijvoorbeeld). Men kan er met enige fantasie een uitbeelding zien van Psalm 148 of de lofzang van de drie jongelingen in het vuur (Daniël 3,52-90). Maar ook kan men Franciscus al horen zingen in zijn zonnelied: ‘Gezegend ben Jij om onze broeder zon, die de dag is en ons licht en troost geeft even stralend als Jij; Geloofd en gezegend ben Jij om zuster en moeder aarde die ons voedt en hoedt en vruchten voortbrengt en kleurige bloemen en groen. Zalig zij die de vrede uitstralen want door Jou, Allerhoogste, zullen zij gekroond worden. Gezegend ben Jij, lieve almachtige goede Heer, gezegend omdat Jij van ons houdt, wie wij ook zijn.’

Gegevens ontleend aan de Zodiaque-uitgave van de Benedictijnen van Pierre qui Vire uit de serie La Nuits du temps 77, Dauphiné Roman blz. 335-347

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.