Paulus, Titus en Kreta

Kreta is een bijzonder eiland, strategisch gelegen in het midden van de oude wereld die gevormd werd door de landen rond de Middellandse Zee. Voor ons christenen is het interessant omdat Paulus hier – volgens de traditie tijdens zijn tweede zendingsreis – zijn trouwe leerling Titus aanstelde om de kerk te leiden. Dat feit wordt niet in de Handelingen van de Apostelen verteld. Wel horen we Paulus in de brief die hij later aan Titus schreef, zeggen dat hij Kreta heeft bezocht en hem daar heeft aangesteld. Later op zijn toch naar Rome (Hand. 26) komt Paulus er weer langs. Het weer wordt slecht en Paulus adviseert in Kreta aan te leggen. Zijn advies wordt in de wind geslagen met alle gevolgen van dien. Het schip drijft zo’n 200 kilometer westwaarts af en slaat op de rotsen kapot bij Malta. De Maltezers worden als zeer vriendelijk beschreven, in tegenstelling tot de mensen van Kreta die leugenachtig worden genoemd. Waarom? Dat blijft gissen. Zou het te maken hebben met het zogenoemde ’graf van Zeus’ dat in de omgeving van Archanes, midden in Kreta te bezoeken was in die tijd? Het voert te ver om alle mythologische kluwen te ontwarren, maar de christenen lachten zich in die dagen natuurlijk dood: een graf ter ere van een onsterfelijke God. Maar houden wij ons rustig: de kerk van het H. Graf in Jeruzalem is ook druk bezocht, terwijl we zeker weten dat Hij (de Verrezen Heer) daar niet is. Terug naar Kreta.

De Minoïsche cultuur
Het eiland is vooral bekend om de oude Minoïsche cultuur. Vanaf 2500 voor Christus was daar een aantal vredige stadstaatjes met even zovele koningen die natuurlijk van de Goden afstamden. Die van Knossos (de hoofdstaat) had Zeus als vader, een pre. De ’paleizen’ waren niet alleen paleizen, maar complete stadjes. Er woonden veel mensen en er werd druk gehandeld. Uit de oudste tijd zijn inscripties gevonden, maar niemand kan ze ontcijferen. Bij inscripties uit later tijd lukte dat wel. Men verwachtte zo toegang te krijgen tot de diepste zielenroerselen van de Minoïsche mens, maar het bleken meer een soort kruidenierslijstjes voor de handel gemaakt. Het vredige imago van de Minoïsche cultuur werd wreed verstoord toen men zo’n 60 jaar terug sporen ontdekte van een mensenoffer in de buurt van het eerder genoemde Archanes. Dat had weinig met sadisme te maken, maar met angst. Men ontdekte dat dit offer gepleegd was terwijl een aardbeving de tempel verwoestte. Kennelijk probeerde men met de moed der wanhoop het naderende onheil af te wenden door het mooiste te offeren dat een mens kan hebben: een jonge mens.

Paulus, Titus en Kreta
Toen Paulus Kreta aandeed, waren de steden, voorzover die nog bestonden, door de Romeinen verwoest. Alleen Gortyn aan de zuidkust was gespaard gebleven: de bevolking had de Romeinen als redders ontvangen. Paulus stelde hier zijn eerste bisschop aan: Titus, bekend van het concilie van Jeruzalem. Titus, die 94 jaar geworden schijnt te zijn, was (en is nog steeds!) heel populair op het eiland. Wij vinden resten van een aan Titus gewijde basiliek in het eerder genoemde Gortyn. De oudste stukken stammen uit de zesde eeuw en er staat van de later uitgebreide kerk nog heel wat overeind. Het transept en het koor zijn nog overwelfd, maar aan de schipkant is alles open. Kaarsjes branden kan dan ook alleen maar in een klein hoekje van een kapel die nog overdekt is.

In de huidige hoofdstad Hiraklion staat een nog geheel intacte kerk aan Titus gewijd. Hij ziet eruit als een moskee en dat klopt. Aan de oude kerk is herhaaldelijk gesleuteld, maar de Turken hebben in de 16e eeuw het gebouw pas goed gezichtsbepalend verbouwd. De relieken van Titus die in de oude kerk bewaard werden, waren tijdig door de Venetianen, die na de Byzantijnen en vóór de Turken Kreta bezetten, in veiligheid gebracht. In 1966, ruim veertig jaar nadat de kerk weer kerk werd, kwamen de relieken van Titus terug. Ze worden nu door de Grieks Orthodoxen vereerd, die na de rooms-katholieke Venetianen de kerk gebruiken. De teruggave aan Hiraklion was een oecumenisch hoogtepuntje.

De lotgevallen van de kerken van Kreta getuigen van een zeer bonte geschiedenis. Gebouwen worden kerk, eerst rooms-katholiek, dan oosters orthodox, dan weer moskee en tenslotte weer kerk. Het leukste is dat te zien aan de Agios Nikolaos in het westelijk gelegen Chania. De oude Dominikanerkerk werd moskee en kreeg een minaret. In 1918 werd hij weer kerk en kreeg een klokkentoren. Een kostelijk gezicht aan de voorkant, rechts de minaret, links de klokkentoren. Oecumene avant la lettre. Nu valt Kreta op door de vriendelijke cultuur. De toerist wordt nog als gast gezien. Op zaterdagavond is er overal Griekse volksmuziek die door de mensen zelf wordt genoten. De toerist mag ook meeluisteren, maar dat is bijzaak. Trouwe (meest oude) voorzangers beantwoorden de gebedsteksten van de Pope, kinderen worden ingeleid in de geheimen van de Griekse liturgie en de jongeren zorgen voor de maaltijd en het vuurwerk na de dienst. Of Titus daarover tevreden zou zijn? Paulus spreekt in zijn brief over de oude mannen die hun waardigheid hoog moeten houden; de vrouwen moeten zich priesterlijk gedragen (Titus 2,3) en niet te veel wijn drinken. Een beetje mag wel, want dat is goed voor je maag zegt Paulus elders. God zegene de gastvrije mensen van Kreta.

Een gedachte over “Paulus, Titus en Kreta

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.