Van Papenpad tot Oostzijde

Een dorp genaamd ‘Saenden’ gelegen op de westoever van de Zaan, ten zuiden van waar nu de Hogendijk loopt, werd in 1155 door de Westfriezen verwoest en daarna niet meer opgebouwd. Een nieuwe nederzetting ontstond vervolgens op de oostoever bij de dam die hier vermoedelijk in de 13e eeuw in de rivier werd aangelegd. Een kapel aan de oostzijde van de dam wordt voor het eerst vermeld in 1411. Al gauw ontwikkelde zich ook een bewoningskern ten westen van de dam en sindsdien wordt gesproken van de Oostzijde en de Westzijde. De Westzijde kreeg overigens pas in 1640 de beschikking over een eigen kerk (de zgn. Bullekerk). Het christendom was al veel vroeger in deze streken aanwezig. Al in 885 is er sprake van een kleine katholieke kern in Assendelft. In Oostzaan was er reeds in 900 een tamelijk bloeiende katholieke parochie (met 1300 communicanten) gewijd aan de heilige Catharina. Mensen uit Oostzaandam en ’t Kalf werden geacht daar hun kerkelijke plichten te vervullen.

Na de reformatie

We slaan een stuk geschiedenis over en stuiten dan in 1695 op de bouw van een katholieke kerk door pastoor Johannes van Rijssen aan het Papenpad dat een te klein geworden bouwsel moest vervangen. Het is toegewijd aan de H. Maria Magdalena en bevat een fraaie inventaris, een altaarretabel, preekstoel en tabernakel uit de tijd kort voor de bouw. Het orgeltje kwam later uit een Amsterdamse schuilkerk. De kerk is nu in handen van de Oud Katholieken.

In 1724 was er een scheuring tussen de aan Rome getrouwe katholieken en de ‘Bisschoppelijke Clerezie’, het zgn. Utrechts Schisma. Als gevolg daarvan werd de gebruiksvergunning door de Rooms Katholieken ongeldig gemaakt en moesten de Pausgezinde katholieken, hoe vreemd het ook klinkt, het Papenpad verlaten. Ze zochten hun toevlucht bij de Maria Magdalenaparochie van ’t Kalf. Ruim vijftig jaar trokken de ruim 800 Rooms Katholieken door de velden naar de kerk aan het Haaldersbroek. Een protestantse staatsambtenaar van protestantse huize hielp zijn katholieke buurman bij het indienen van een verzoekschrift om weer een eigen kerk in Zaandam te mogen bouwen.

Op 23 september 1784 werd die toestemming verleend. Men ging een ‘Roomsch kerkhuys’ bouwen op de plaats waar voorheen burgemeester Klaas van Petten woonde aan de Bloemgracht. De overheid bepaalde dat de kerktijden om kwart voor acht konden beginnen maar om tien uur moest men stoppen. Op 14 november 1784, de zondag van kermis, werd in een naburige loods een dankdienst gehouden.

Op 22 november 1785 werd de nieuwe stenen kerk ingezegend en aan Bonifatius toegewijd. Financieel was het geen vetpot. De contacten met de buurt waren goed. Dat leid ik tenminste af uit het feit dat een pastoor (Kosters) in 1822 werd begraven in de Protestantse kerk van Oostzaandam. In 1835 was er wat meer geld en vond een ingrijpende verbouwing plaats. Er ontstond een langwerpige schoenendoosvormig bouwsel met een sierlijke voorgevel, een echte kerk. In 1878 stortte het plafond na blikseminslag in. Men greep de reparatie aan om een nieuw orgel te laten bouwen door de firma IJpma. Toen de parochie in 1885 het 100-jarig bestaan vierde waren er 1300 parochianen, 890 communicanten, 51 dopelingen en 13 overledenen. Tevens werd er een fonds opgericht om de bouw van een grotere nieuwe kerk mogelijk te maken.

De huidige kerk

Op 3 november 1898 vond de aanbesteding plaats. In 1899 werden de fundamenten gezegend en reeds op 21 mei 1900 werd de nieuwe luidklok omhoog gehesen. Deze grote St. Bonifatiuskerk aan de Oostzijde is een neogotische bakstenen kruisbasiliek, in 1900 gebouwd naar ontwerp van A. A. J. Margry (een van de ijverigste leerlingen van Cuypers) en J. M. Snickers. Opvallend aan deze kerk is vooral de westpartij, een door twee traptorens geflankeerd, omhoogstrevend bouwlichaam dat even boven het kerkdak nogal abrupt overgaat in een slanke hoge spits. De kerk bevat een zeer uitgebreide inventaris. Het hoofdaltaar en de beide zijaltaren zijn door de architect en zijn helper Snickers ontworpen. De communiebanken van Italiaans marmer komen uit het bekende atelier van J. Maas in Haarlem. Het doopvont is vervaardigd door C. de Roeper uit Hoorn, het hek voor de doopkapel door J. Sombroek. Een Bonifatiusraam boven het altaar is (net als de andere abisramen) van de hand van de firma Nicolas uit Roermond. Van 1904 tot 1913 werden door Jan Dunselman de kruiswegstaties vervaardigd. In 1923 werd de preekstoel gemaakt door Hans Mengelberg uit Utrecht. De apostel Johannes heeft de trekken van pastoor Zwart, de bouwpastoor van de kerk. Het orgel is veel ouder dan de kerk. Het komt nog uit de schuilkerk en is gebouwd in 1786 door de Oostenrijkse orgelbouwer Johannes Miterreither die in Nederland werkte.

Wederwaardigheden

Het kerkelijk leven ging opgewekt zijn gang. Men vierde in 1935 het 150 jarig bestaan van de parochie. In 1942 werd op last van de bezetter (de verordening van 21 juli) de klok gevorderd. In 1943 werd door een pesterij van een N.S.B. burgemeester de pastorie voor één dag in beslag genomen. De hele inventaris moest heen en terug naar het nabijgelegen zusterklooster gebracht worden. Op 12 februari 1945 was er een razzia door de bezetters in de Oostzijde-buurt. Er waren verzetsactiviteiten vanuit de pastorie gesignaleerd. De pastoor en kapelaan Geels werden streng verhoord maar degene om wie het ging (men zegt kapelaan G.J.M. de Groot) had zich met zijn kornuiten onder de vloer verborgen en werd niet gevonden. Wel werden 90 mensen gearresteerd en afgevoerd naar Duitsland.

Na de oorlog kwamen er nog vele gebrandschilderde ramen bij uit de ateliers van Bogtman uit Haarlem en Van Oppenray uit Amsterdam. In de zestiger jaren van de vorige eeuw leidde de Volendamse pastoor Steur de parochie. In 1975 kwam pastoor De Haan en werden de banden met het bedrijfsapostolaat aangehaald (pastoor was ook bedrijfsaalmoezenier). Vanaf 1985 leidt pastoor A. F. M. Goedhart de parochie en zijn er banden met het ziekenapostolaat ontstaan. Helaas is onlangs ontdekt dat het kerkgebouw zelf slechte fundamenten heeft en niet te gebruiken is. Tijdelijk kerkt men in een van de protestantse Oostzijderkerk in de buurt. Heel mooi maar men mist de oude inventaris.

Gebruik is gemaakt van het boekje ‘Van Papenpad tot Oostzijde’ van Th. Kuyt en G. Bart.
Over de complete inventaris zijn gegevens te vinden in het bulletin van de Stichting Oud Hollandse Kerken herfst 1999.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.